Mondelinge vraag aan Maggie De Block over asielopvang
Eind vorig jaar hebben acht ngo’s een consortium opgericht. Het consortium SOS Opvang wil de rechten van de begunstigden van de opvang verdedigen.
Sedert 13 december en tot het einde van de winter zal het consortium noodhulp bieden aan asielzoekers die door de regering zonder enige vorm van begeleiding op straat worden gestuurd. De noodhulp bestaat uit dagopvang met sociale, juridische en medische begeleiding en uit nachtopvang voor de meest kwetsbaren onder hen.
In De Morgen van gisteren stelde de staatssecretaris dat het toch mooi is dat ngo’s in ons land nu zelf de opvang van asielzoekers organiseren en ze noemt dat een positief signaal.
Die uitspraken zijn me in het verkeerde keelgat geschoten. Dat heeft niets te maken met het feit dat de staatssecretaris een vrouw is, zoals ze gisteren op Terzake verklaarde, maar met de inhoud van haar uitspraken.
De staatssecretaris verlaagt het budget van de ngo’s die voor opvang moeten zorgen met maar liefst 27%. Ze bedankt ze weliswaar voor hun goede daden en hun zachtaardigheid, maar ze mogen van haar blijkbaar niets anders verwachten dan een schouderklopje.
Het is nochtans niet hun taak om die mensen op te vangen. De noodopvang overstijgt ruimschoots het mandaat van die acht niet-gouvernementele organisaties. De opvang van mensen die in ons land een asielaanvraag indienen, is de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris en van de hele regering. Zowel volgens de nationale wetgeving als volgens internationale verplichtingen en EU‑richtlijnen heeft de overheid de plicht om te zorgen voor een menswaardige en kwaliteitsvolle opvang voor elke asielzoeker die in het land aankomt. Voor alle duidelijkheid, asielzoekers zijn mensen die om de ene of andere reden hun land zijn ontvlucht en onze bescherming vragen. In La Libre Belgique verklaarde de staatssecretaris dat 90% van die mensen ten onrechte naar hier komen en dat slechts 10% uiteindelijk wordt erkend, terwijl iedereen weet dat 23% wordt erkend. Maar eigenlijk doet dat dat er niet toe. Op het ogenblik dat iemand een aanvraag indient, heeft hij of zij recht op opvang tot wanneer de maatschappij heeft beslist of ze al dan niet recht hebben op bescherming. Dat de procedures korter moeten, daar ben ik mee eens, maar de staatssecretaris moet in elk geval voor opvang zorgen.
Wij tillen dan ook zwaar aan de uitspraken van de staatssecretaris waarin ze de opvang door ngo’s als “mooi” omschrijft, terwijl ze geen eigen noodplan heeft met concrete maatregelen om op zeer korte termijn, liefst morgen, iets aan de situatie te veranderen. In plaats van het signaal van het consortium ernstig te nemen, zegt ze eigenlijk dat het consortium haar taak deze winter maar moet overnemen en de problemen moet oplossen.
Intussen heeft de staatssecretaris wel een ambitieuze beleidsnota over de opvang van asielzoekers opgesteld, die zeer goede maatregelen bevat, maar ze weet net zo goed als ik dat het wel even zal duren voor die maatregelen worden uitgevoerd en effect hebben. En die extra opvangplaatsen moeten er vandaag nog komen. Vandaag hebben we een plan nodig dat duidelijk maakt hoe er voor LOI’s wordt gezorgd en moet er een spreidingsplan worden uitgewerkt.
Wetend dat de staatssecretaris haar budget heeft teruggeschroefd en dus minder middelen heeft voor opvang en voor die ngo’s, vraag ik haar welke concrete extra maatregelen ze op zeer korte termijn zal nemen om noodsituaties te voorkomen en hoe ze die denkt te kunnen waarmaken. Blijft ze bovendien achter haar uitspraken staan dat de noodopvang door ngo’s een positief signaal is? Is die noodopvang te verzoenen met het mandaat van die organisaties en vindt ze eigenlijk niet dat dat haar eigen verantwoordelijkheid is?
Antwoord van Maggie De Block
Zoals mevrouw Piryns terecht aangeeft, moet de vraag naar noodopvang gekaderd worden in de voorgeschiedenis en alle maatregelen die reeds zijn genomen. We weten dat de crisis als sinds 2007 aansleept. Sinds dat jaar is de instroom van asielzoekers structureel groter geworden dan de uitstroom, waardoor de nood aan opvang elk jaar met meer dan 2000 plaatsen steeg. Er werden te weinig structurele maatregelen genomen om de in- en uitstroom meer onder controle te krijgen.
De opeenvolgende regeringen en Fedasil hebben sinds 2007 loodzware inspanningen gedaan om deze negatieve trend te volgen door de opvangcapaciteit uit te breiden met 50%, namelijk van 15.000 naar 23.000 opvangplaatsen.
Gelet op de budgettair moeilijke tijden en de lineaire besparingen in onze begroting kunnen we deze aanhoudende inspanning om de opvangcapaciteit te blijven verhogen onmogelijk voortzetten zonder structurele maatregelen om de in- en uitstroom beheersbaar te houden en de proceduretermijnen in te korten.
De structurele aanpak van de problemen is natuurlijk een gegeven voor de middellange termijn. lk zal het nodige doen om iedereen die er recht op heeft zo snel mogelijk een plaats te bezorgen. Men kan echter niet verwachten dat ik in enkele weken, in een periode waarin de budgetten zijn bevroren, een oplossing vind voor een situatie die al drie jaar is scheefgegroeid.
Ondanks de besparingscontext ben ik er op 23 december 2011 toch in geslaagd om van de regering een bijkomend budget van 30 miljoen te krijgen om de 4025 tijdelijke opvangplaatsen, die normaal op 31 december 2011zouden aflopen, te verlengen. In dat aantal zitten 754 bijkomende plaatsen, die momenteel worden geopend. Samen met een versnelde doorstroming moet deze maatregel het probleem van de winteropvang helpen oplossen.
Ik herhaal dat ik oprecht verheugd ben over de reactie van de ngo’s, die ik op 19 december 2011 heb ontvangen. De ngo’s trekken terecht aan de alarmbel, want het is al het derde jaar op rij dat niet alle asielzoekers onderdak hebben gevonden. In die zin is hun actie een positief protest. Eind december heb ik hetzelfde geantwoord gegeven op een identieke vraag van mevrouw Piryns. Het verbaast me dan ook dat ze dit antwoord niet door de keel krijgt, terwijl ik identiek hetzelfde antwoord heb gegeven op identiek dezelfde vraag. Ik zie het uiteraard niet als de verantwoordelijkheid van de ngo’s om de opvangcrisis in ons eigen land op te lossen. Ze hebben een andere opdracht. Dat is en blijft de verantwoordelijkheid van de overheid en van mij in het bijzonder en ik zal die verantwoordelijkheid opnemen.
Repliek van Freya Piryns
We kennen intussen het verhaaltje over de geschiedenis van het asiel- en migratiebeleid in België en de complete mislukking ervan. Ikzelf trek al drie jaar aan dezelfde alarmbel en weet dat de erfenis die de staatssecretaris werd toebedeeld zwaar is.
De vraagt luidt echter hoe de staatssecretaris de opvangproblemen op korte termijn zal oplossen. Het klopt dat we vandaag 23.000 mensen opvangen, wat inderdaad veel is. Uit de cijfers van het UNHCR blijkt echter dat in 2010 liefst 10,5 miljoen mensen op de vlucht waren. Ongeveer drie miljoen daarvan vertoeven in Pakistan, een land dat het veel moeilijker heeft dan België. Wij zijn het aan onze status verplicht om onze opvang op een fatsoenlijke manier te organiseren.
Volgens de staatssecretaris mogen we niet verwachten dat zij op een maand alle problemen oplost. Er ligt inderdaad veel werk te wachten op het vlak van asiel en migratie. De staatssecretaris kan niet alles tegelijk regelen, maar moet wel voor een menswaardige opvang zorgen voor elke asielzoeker die hier aankomt. Blijkbaar kunnen die ngo’s dat wel, terwijl de regering en heel het ambtenarenapparaat niet in hun opzet slagen. Open VLD maakt trouwens al drie jaar deel uit van de regering en draagt in deze kwestie dus een verpletterende verantwoordelijkheid.