mondelinge vraag aan staatssecretaris Courard: J'accuse
‘Monsieur le secrétaire d’État, monsieur Courard, j'accuse.’ Dat zijn straffe woorden, maar de staatssecretaris verstaat niets anders. Ik beschuldig hem van nalatigheid en van het weigeren van hulp aan mensen in nood.
De staatssecretaris kijkt de andere kant op. Wij niet, samen met heel wat collega’s zijn we ter plaatse geweest. De hele week al heb ik op de stoep voor Fedasil gestaan en gisteren en vanochtend ben ik in het tentenkamp aan het Noordstation geweest. Wat ik daar zie, is beschamend voor België. Nochtans komt de situatie niet uit de lucht gevallen. De regering kent ze al zeer lang, maar doet er niets aan. Mijn geduld is op.
1100 mensen staan op straat. Een gezin met dertien kinderen slaapt al meer dan een week in het Noordstation en een alleenstaande vrouw en haar vijf kinderen, onder wie een zieke baby, slapen er al tien dagen.
Wat doet de staatssecretaris? Hij verdeelt een folder met de welluidende titel ‘Dakloos. Waarheen?’ Hij organiseert dus de dakloosheid met open ogen en tezelfdertijd laat hij in een Belgabericht weten dat hij 250 000 euro extra uittrekt voor daklozen, maar zeker niet voor asielzoekers. Ik meen dat elke dakloze recht heeft op een dak boven zijn hoofd en dat de staatssecretaris de plicht heeft om voor dat dak te zorgen.
De staatssecretaris zou binnen twee weken 420 extra opvangplaatsen creëren. Maar van de 800 eerder beloofde plaatsen moeten we de eerste nog zien. In afwachting moeten de mensen gewoon op straat slapen of in het tentenkamp dat volgens staatssecretaris Clerfayt vooral bedoeld is om plaatjes te kunnen schieten. Plaatjes of niet, zo een tentenkamp is een levende schande. Er staan genoeg overheidsgebouwen leeg en het is hoog tijd dat die worden opgevorderd en of de lokale burgemeester zich daartegen verzet, kan me niet schelen.
Op grond van onze internationale verplichtingen, maar ook om humanitaire redenen heeft de staatssecretaris de plicht asielzoekers op te vangen en ze minstens eten te geven plus een dak boven hun hoofd.
Antwoord van Philippe Courard
Bij mijn aantreden als staatssecretaris in de zomer van dit jaar werd ik geconfronteerd met de verzadiging van het opvangnetwerk. Ik heb aan de Ministerraad gevraagd mij te helpen om in 2009 nog 1200 nieuwe plaatsen te openen en 5000 in 2010.
Sinds september is de toestand inzake de aanvragen tot opvang niet verbeterd. De dienst Vreemdelingenzaken registreerde in september 170 bijkomende asielaanvragen in vergelijking met de maand voordien en 470 bijkomende asielaanvragen in vergelijking met september 2008. Alleen al op 3 november 2009 heeft Fedasil 307 aanvragen tot opvang gekregen. Wat de capaciteit betekent van één opvangcentrum.
De middelen die op 18 september 2009 werden verkregen, hebben geleid tot de opening van nieuwe plaatsen. Tussen 18 september en 31 december 2009 zal het opvangnetwerk met 600 plaatsen toegenomen zijn. De bijkomende inspanningen van de regering moeten tegen eind dit jaar een stijging met meer dan 300 plaatsen mogelijk maken. Ik wacht nog op informatie van mijn collega’s over sites of gebouwen. Ik heb hieromtrent nog geen bevestiging gekregen. In januari 2010 zal nog eens een uitbreiding van het opvangnetwerk met 250 plaatsen bevestigd worden.
Ik hoop dat ik begin volgende week al een aantal plaatsen kan openen. Het gaat dus wel degelijk om oplossingen op korte termijn. Alles zal echter afhangen van mijn collega’s in de regering en van de capaciteit van Fedasil en zijn partners om het operationele luik te ondersteunen en de begeleiding van de asielzoekers naar nieuwe opvangplaatsen te garanderen.
Van 12 oktober tot vandaag was Fedasil niet bij machte om in meer dan 1 100 gevallen opvangplaatsen toewijzen. Dat wil echter niet zeggen dat al deze personen geen plaats hebben gekregen als ze zich aangemeld hebben bij de dispatching.
Fedasil werd in 95 gevallen veroordeeld voor de rechter. Van deze 95 arresten werden er 45 gedwongen uitgevoerd. De 83 betrokken asielzoekers hebben indien mogelijk een opvangplaats gekregen. In het andere geval zijn de dwangsommen uitbetaald. Tot op vandaag heeft Fedasil aan 22 personen dwangsommen uitbetaald. De opgelegde dwangsommen varieerden van 250 euro tot 500 euro per dag per persoon. Tot op heden werden 1200 asielzoekers in een hotel ondergebracht.
Ik ben de eerste om me zorgen te maken over de verzadiging van het opvangnetwerk. Ik heb niet de aankondiging van een vluchtelingenkamp afgewacht om oplossingen te zoeken. In de zomer heb ik de leden van de regering om steun gevraagd opdat de gebouwen die eigendom zijn van de Staat kunnen worden gebruikt om asielzoekers onder te brengen.
De opvangpartners, waarvan drie van de vijf ngo’s bij de installatie van dit kamp betrokken zijn, hebben beloofd om nog voor het einde van het jaar driehonderd plaatsen te openen. Ze weten dat het vinden van sites of gebouwen niet zal volstaan, maar dat de asielzoekers ook moeten worden begeleid. Die omkadering kan naar mijn mening enkel gebeuren door medewerkers die op dit vlak reeds over de nodige ervaring beschikken.
Ik veroordeel de houding van de vijf ngo’s niet, maar ik denk dat het mediagenieke aspect meer heeft doorgewogen dan het humanitaire aspect. In ieder geval ben ik van mening dat dit geen structurele maatregel kan zijn. Ik reken trouwens op de energie en de bereidwilligheid van de partners om de nodige opvangplaatsen te openen en mee naar oplossingen te zoeken.
Sinds het begin van de opvangcrisis zijn twee belangrijke maatregelen genomen die ertoe hebben geleid dat asielzoekers voor financiële steun bij een OCMW terecht zijn gekomen. Die door de OCMW’s toegekende steun wordt door de federale overheid volledig terugbetaald. De OCMW’s moeten de steun dus niet uit eigen middelen betalen.
In november 2008 zijn vijfhonderd mensen naar een OCMW doorverwezen, waar ze financiële steun hebben gekregen. Tussen juli en september 2009 zijn nogmaals 2400 asielzoekers op basis van een spreidingsplan aan een OCMW toegewezen.
Fedasil heeft in oktober een instructie uitgevaardigd voor een opheffing van de code 207 op basis van vrijwilligheid, en dit binnen strikte criteria. Zo moeten de kandidaten onder andere reeds vier maanden in het opvangnetwerk zitten en over een huurovereenkomst beschikken. Momenteel hebben 140 personen voor financiële steun bij een OCMW aangeklopt.
Ik voeg er nog enkele elementen aan toe.
Ik ben het absoluut niet eens met de bewering dat er nog niets is gedaan. Toch deel ik de droefheid en ontmoediging van degenen die niet kunnen aanvaarden dat mannen, vrouwen en kinderen op straat moeten leven.
Ik herhaal dat er wordt gewerkt aan een structurele oplossing: er zullen in 2009 en 2010 honderden plaatsen bijgekomen zijn. Daarvoor moeten bouw- en andere vergunningen worden aangevraagd en aanbestedingen worden uitgeschreven. Ik wil alle officiële regels respecteren om problemen te voorkomen, maar er moet een onmiddellijke, zij het voorlopige, oplossing worden gevonden. Ik vind ook dat deze mensen kunnen worden opgevangen in openbare gebouwen, kazernes of andere plaatsen. Dat is zeker niet de beste oplossing, maar het zal alleszins beter zijn dan op straat te moeten leven. De regering zal morgen dus al een eerste maatregel goedkeuren waarmee we, dat hoop ik althans, enkele honderden mensen zullen kunnen opvangen.
Ik preciseer dat 1100 weigeringen werden geregistreerd. Dat betekent niet dat 1100 mensen op straat staan omdat sommigen zich verschillende keren hebben aangeboden en dus ook verschillende keren werden meegeteld. Anderen hebben inmiddels een oplossing gevonden, maar dat belet niet dat één vluchteling op straat er één te veel is. Ik blijf dus vechten voor structurele oplossingen en voor de onmiddellijke regeling van dringende problemen. Ik heb 1 december vermeld omdat er enkele dagen nodig zullen zijn om de nodige maatregelen te nemen, maar als de betrokkenen vóór die datum al kunnen worden opgevangen, zal dat uiteraard gebeuren.
Ook het probleem van de veelvoudige aanvragen zal worden geregeld. De regering heeft deze zaak bestudeerd en ik ben in het bezit van de adviezen die me in staat stellen een tekst in te dienen in het parlement. Op die manier moeten we de opvangcapaciteit kunnen verhogen.
We voeren een actief beleid. Er verlaten veel meer mensen de centra, maar de instroom is zo hoog dat oplossingen bijzonder moeilijk te vinden zijn. Ik zei al dat er op 3 november alleen al 309 aanvragen toekwamen. We geven de moed zeker niet op. Ik beloof dat ik de strijd zal voortzetten.
Repliek van Freya Piryns
Natuurlijk heeft de staatssecretaris een moeilijk dossier geërfd, maar niet van een of andere nobele onbekende. Hij weet goed genoeg van wie en waar het dossier vandaan komt en hoe lang er al aan wordt gewerkt. Hij zegt dan dat hij zijn best doet, maar dat zei hij twee weken geleden ook al, toen ik dezelfde vragen stelde. En daarom, mevrouw Vienne, ben ik zo verontwaardigd, want twee weken geleden hoorde ik al dat de staatssecretaris zijn best doet. Ik wil dat best geloven, maar ik zie wat ik zie: hier onder onze ogen, in ons land speelt zich een humanitaire ramp af. Dat moet onmiddellijk worden opgelost, niet over twee weken of een maand. Die mensen moeten onmiddellijk van de straat worden gehaald. Het antwoord dat de staatssecretaris hier vandaag heeft gegeven, is dan ook ruim onvoldoende.
Ik heb een voorstel van resolutie ingediend en ik hoop dat de staatssecretaris zijn partijgenoot, de heer Moureaux, wil vragen die met spoed te behandelen in de commissie waarvan hij voorzitter is. Misschien kunnen we daar dan een grondig debat voeren over de oplossingen die we zien. Dat is nodig en we moeten er tijd voor uittrekken. Intussen kan de regering zich van pure schaamte beter afzonderen tot ze een echte, structurele, maar ook snelle oplossing heeft gevonden. Eerder zou ik niet meer buiten komen.