vraag om uitleg aan minister Turtelboom over de recente instructie over de regularisatie van gezinnen met kinderen

Een tijdje geleden heeft de minister een nieuwe instructie aan de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) bezorgd in verband met de regularisatie van gezinnen met kinderen. Een aantal organisaties in het veld blijven vragen stellen over hoe en voor wie de nieuwe instructie nu daadwerkelijk geldt. Ik wil een aantal bijkomende vragen stellen in de hoop dat er vandaag meer antwoorden kunnen komen.
 

  • Hoeveel nieuwe aanvragen zijn er ingediend op basis van de nieuwe instructie voor regularisatie van gezinnen met kinderen?
  • Hoeveel hangende dossiers werden er geactualiseerd op basis van de nieuwe instructie? Hoeveel beslissingen werden reeds genomen – positief dan wel negatief?
  • Welke procedure volgt de DVZ? Daar is zoals gezegd grote onduidelijkheid over. Maakt de DVZ lijsten van hangende dossiers die onder de nieuwe criteria vallen en worden betrokkenen via de gemeente op de hoogte gesteld? Wacht men af tot mensen zelf een initiatief nemen? Quid met degenen die misschien de berichtgeving in de media niet volgen zoals wij dat doen en misschien kans maken op een regularisatie, maar het zelf niet weten. Hoe kan een dossier het best geactualiseerd worden? Via de gemeente of met een aangetekend schrijven aan de DVZ?
  • Tot slot enkele vragen specifiek wat de voorwaarden betreft om in aanmerking te komen. Moeten mensen bewijzen dat er een ononderbroken verblijf is geweest en moet dat bewijs worden toegevoegd? Wat als de kinderen niet in september, maar later naar school gaan, bijvoorbeeld omdat ze op een wachtlijst staan, niet meteen een school hebben gevonden of ziek zijn? Moeten aanvragers van een regularisatie op grond van artikel 9ter die onder de nieuwe instructie vallen, een nieuwe aanvraag indienen of een actualisering?

Antwoord van Melchior Wathelet

Ik lees het antwoord van minister Turtelboom. Bij de input van regularisatieaanvragen houdt mijn administratie geen gedifferentieerde statistieken bij. Het is onbegonnen werk om voor alle binnenkomende aanvragen – die bovendien ook aanvullingen op oude aanvragen kunnen
zijn – reeds een onderscheid te maken tussen die welke onder de nieuwe instructie vallen en die die daar niet onder vallen. Dat kan pas uitgemaakt worden na onderzoek van de aanvraag. Het cijfer van het aantal positieve beslissingen op basis van de nieuwe instructies zal vanaf juni 2009 beschikbaar zijn. Van de negatieve beslissingen of van de andere beslissingen – de aanvraag is bijvoorbeeld ongegrond of wordt niet in overweging genomen – houdt de administratie slechts een totaalcijfer bij, omdat gedifferentieerde cijfergegevens alleen nuttig zijn bij positieve beslissingen. Mijn administratie onderzoekt de hangende aanvragen ambtshalve vanuit de invalshoek van de nieuwe instructies en gaat ervan uit dat de aanvragers, indien nodig, hun aanvraag geactualiseerd hebben. Dat is hun taak. Uitzonderlijk kan het gebeuren dat de Dienst Vreemdelingenzaken een vraag stelt om een bepaald aspect van de aanvraag te actualiseren. De aanvrager heeft er dus alle baat bij gevolg te geven aan een dergelijke vraag. De actualisering van een dossier kan in principe via de gemeente of door een gewone brief aan de Dienst Vreemdelingenzaken gebeuren. Een aangetekend schrijven is niet vereist, maar de aanvrager handelt het best via het gemeentebestuur, niet alleen wegens de rol van dat bestuur, maar vooral omdat de gemeente de aanvullende stukken via elektronische weg doorstuurt naar de Dienst Vreemdelingenzaken. Elke aanvrager moet uiteraard het bewijs leveren van het ononderbroken verblijf, maar de DVZ zal uiteraard rekening houden met de gegevens die zich al in het dossier bevinden. Indien twijfel kan ontstaan, is het best dat de aanvrager zijn dossier actualiseert. Attesten van schoolbezoek van de kinderen maken het echter vaak mogelijk om het ononderbroken verblijf van de ouders als bewezen te beschouwen. Een van de regularisatievoorwaarden is dat kinderen tenminste sinds 1 september 2007 schoollopen. Het gaat al om een minimumduur. Op die regeling kan geen uitzondering bestaan want dat zou betekenen dat ook de andere voorwaarden vatbaar zijn voor tal van uitzonderingen, wat uiteraard niet de bedoeling is van duidelijke regularisatiecriteria, waarop vanuit van alle hoeken wordt aangedrongen. Mijn instructie van 27 maart 2009 heeft, zoals ze uitdrukkelijk aangeeft, alleen betrekking op de aanvragen op basis van het oude artikel 9, lid 3, en het huidig artikel 9bis van de vreemdelingenwet en niet op het artikel 9ter (medische aanvraag). Aangezien echter mijn administratie als algemene regel heeft de aanvrager de meest gunstige behandeling te geven, is het mogelijk dat een persoon die nog geen beslissing ten gronde kreeg inzake zijn aanvraag conform artikel 9ter geregulariseerd wordt, indien hij onder een van de criteria van mijn instructie valt. In dat geval zal hij effectief geregulariseerd worden op basis van de instructie van 26 maart – aanvraag artikel 9bis – en zal de Dienst Vreemdelingenzaken hem vragen of hij zijn aanvraag volgens artikel 9ter wenst te handhaven. Indien niet, zal bij de verlenging van zijn BIVR altijd rekening worden gehouden met de mogelijkheid die hij heeft om een winstgevende activiteit uit te oefenen. Indien echter al een aanvraag 9ter werd afgesloten, zal de persoon die op basis van mijn instructie wenst te worden geregulariseerd een nieuwe aanvraag op basis van het artikel 9bis moeten indienen.

Repliek van Freya Piryns

Na dit antwoord zal ik meteen een schriftelijke vraag stellen, want het duurt altijd een hele tijd voor minister Turtelboom antwoordt. Als er in
juni statistieken zouden zijn, moet ik nu al in gang schieten. Volgens de minister bestaan er geen gedifferentieerde statistieken. Dat is krasse taal, want er zijn wel zeer gedifferentieerde criteria. Onduidelijkheid blijft troef. Voor mensen die een aanvraag deden op grond van artikel 9ter hoor ik de minister zeggen ‘als dit, als dat …’. Kortom de minister erkent dat heel wat mensen wachten op duidelijke regularisatiecriteria en dat die er nog altijd niet zijn. Dat debat zullen we dus nogmaals met de minister moeten voeren.