Mondelinge vraag aan minister Turtelboom over de nieuwe instructie voor tijdelijke regularisatie voor gezinnen met schoolgaande kinderen
Minister Turtelboom heeft ons vorige week allemaal verrast met haar plotse actie. Omdat ze het been stijf bleef houden, dachten we immers dat het regularisatiedossier muurvast zat. Met haar plotse opwelling van goodwill toont de minister haar daadkracht om toch enkele van de duizenden mensen die in een onzekere en vaak schrijnende situatie afwachten, zo snel mogelijk te willen helpen. Zo moest het toch overkomen.
Toch vragen we ons af wat eigenlijk de bedoeling is van de instructie? Begrijp me niet verkeerd, ik ben blij dat nu toch een aantal mensen voor een jaar uit de ergste onzekerheid gehaald worden. Maar aan de andere kant kunnen we er niet aan voorbijgaan dat hier een politiek spelletje wordt gespeeld. Is het een manier om de pers en de publieke opinie te tonen dat minister Turtelboom wel kan beslissen, dat ze wél iets doet? Is het een manier om de critici de mond te snoeren en ze hopelijk stil te houden tot na de verkiezingen van 7 juni?
Als we het over de inhoud van de instructie hebben, dan stel ik me alleszins serieuze vragen. Mensen met kinderen krijgen van de minister ineens meer recht op een menselijke behandeling. Koppels zonder kinderen niet. Misschien willen die wel kinderen maar kunnen ze er geen krijgen, misschien willen ze er geen wegens de precaire situatie waarin ze zich bevinden? Wat er ook van zij, voor de minister zijn de koppels zonder kinderen per definitie minder geïntegreerd of minder gehecht aan ons land. Ze kunnen dus veel gemakkelijker teruggestuurd worden. Dat begrijp ik althans uit het initiatief van de minister.
De minister beweert telkens opnieuw dat regularisaties een aanzuigeffect hebben. Kunnen we van haar maatregel dan niet evengoed zeggen dat hij het perverse neveneffect kan hebben dat sommige mensen speciaal kinderen gaan maken, omdat ze dan meer rechten krijgen?
Ik kreeg van de minister graag antwoord op volgende vragen.
- Naargelang de bron zouden 500 tot 5000 mensen door de instructie voor regularisatie in aanmerking komen. Wat is inschatting van de minister?
- In haar instructie staat dat het asielonderzoek door de asielinstanties minstens 1 jaar moet hebben geduurd, maar de instructie zegt niet of en hoe verschillende asielprocedures kunnen worden opgeteld.
In haar verweer tegen het uitblijven van een omzendbrief met duidelijke regularisatiecriteria zegt mevrouw Turtelboom altijd dat de criteria die er nu zijn, perfect helder en duidelijk afgelijnd zijn, en dat ze niet willekeurig kan beslissen. Maar in de laatste paragraaf van haar instructie staat nog altijd dat "andere situaties dan deze die hierboven zijn opgesomd kunnen beschouwd worden als zijnde prangende humanitaire situaties". Dat lijkt me niet erg duidelijk als criterium. Daarom sluit ik me aan bij de opmerking van mevrouw Lanjri: wat we nodig hebben, is duidelijkheid, zowel voor degenen die mogen blijven als voor degenen die volgens de minister moeten vertrekken. Wat de minister nu creëert is hoop maar tegelijk ook wanhoop. De verwarring kan echt niet blijven duren.
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen.
Ik lees het antwoord van minister Turtelboom.
Vorige week heb ik aan mijn administratie de opdracht gegeven om naast de bestaande criteria, die ik voor alle duidelijkheid nog eens expliciet heb hernomen, ook de gezinnen met schoolgaande kinderen tijdelijk te regulariseren als ze vijf jaar ononderbroken op het grondgebied zijn en minstens gedurende één jaar de oude asielprocedure hebben doorlopen zonder dat een beslissing is genomen.
De precieze criteria voor de regularisatie staan in mijn instructie aan de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken van 26 maart 2009. Die instructie is ook op de website van de dienst terug te vinden.
Wat betreft de voorwaarden die in de instructie worden gesteld, is het duidelijk dat de duur van de asielprocedures niet kunnen worden opgeteld, aangezien de hele asielprocedure voor de asielinstanties in aanmerking wordt genomen en ze ook maar één jaar moet hebben geduurd. Dat is de termijn waarbinnen een asielprocedure idealiter moet zijn afgerond. Het LIFO-principe dat indertijd werd gehanteerd en waardoor asielzoekers snel een beslissing hebben gekregen, kan moeilijk zomaar overboord worden gegooid, temeer daar volgens dat principe ook frauduleuze aanvragen werden behandeld.
Ik heb mijn beslissing genomen na een jaar strijd voor een globaal akkoord over het hoofdstuk asiel en migratie. Een maand na mijn eedaflegging heb ik een concrete tekst voorgelegd, eerst in juli, en een tweede keer in oktober. Er was telkens een onoverbrugbare kloof. Daarna is de crisis begonnen. Die heeft uiteindelijk geleid tot de val van de regering. In de maanden januari, februari en maart heb ik alle kansen gegeven aan de eerste minister om een akkoord te bereiken over het dossier.
Toen ik vorige week woensdag andermaal constateerde dat er geen akkoord kon worden gevonden en dat dit akkoord er zeker niet zou komen voor 7 juni, vond ik het onaanvaardbaar om de groep migranten die in de meest schrijnende situatie verkeert, nogmaals te laten wachten. In het parlement heb ik meermaals gezegd dat de blijvende eis voor een brede regularisatie de groep van mensen waarover een grote consensus bestaat, gijzelde. Voor die groep heb ik mijn politieke verantwoordelijkheid genomen. Al een jaar wordt gediscussieerd over hoe men volgende begrippen moet interpreteren. Wanneer spreekt iemand voldoende de taal? Wat is de invulling van het begrip werk, werkverleden, werkbereidheid, uitzicht op werk’? Daarom vond ik het wijs om eens omgekeerd te denken en de platgetreden paden te verlaten. Het is duidelijk dat schoolgaande kinderen onze taal spreken, dat hun ouders ze een echte toekomst in ons land willen geven en zelf willen werken, want nog steeds de beste manier is om te integreren. Daarom heb ik die instructie gegeven.
Eén ding is duidelijk: als je grenzen stelt, zal je altijd mensen hebben die buiten de criteria vallen. Als je dat probleem wil oplossen, moet je iedereen regulariseren. Maar dat wil ik niet.
Graag verzoek ik de senatoren die betreuren dat het alleen om gezinnen met schoolgaande kinderen gaat, in hun repliek heel precies en heel duidelijk te zeggen welke categorieën er voor hen nog aan toegevoegd moeten worden, niet in vage bewoordingen, maar heel precies en heel gedetailleerd zodat ik een inventaris kan maken van alle verzuchtingen. Graag hoor ik ook de argumentatie waarom die bepaalde groep eveneens moet worden geregulariseerd en waarom de ene of de andere groep, ook een toekomst in ons land verdient.
Door mijn instructie, en het hernemen van de criteria die mijn voorganger Patrick Dewael heeft uitgewerkt, stel ik een einde aan een juridische onzekerheid. Weken al hebben sommigen de publieke opinie doen geloven dat ze enkel duidelijke criteria willen. Die duidelijkheid heb ik nu gegeven. Mijn keuze betreft de meest dringende humanitaire situaties, namelijk de situatie van gezinnen met kinderen. lk heb hen uit de impasse gehaald die ongetwijfeld nog enkele maanden, mogelijks wel jaren had kunnen duren.
Er blijft inderdaad nog steeds een discretionaire bevoegdheid over voor de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken omdat het onmogelijk is alle prangende humanitaire situaties exhaustief op te sommen. Die discretionaire bevoegdheid blijft hoe dan ook zeer marginaal, en is de uitzondering op de uitzondering. Ze heeft nagenoeg geen gevolgen voor de regularisaties die volgens de vooropgestelde criteria gebeuren.
Een minister van Migratie is perfect bevoegd om een instructie te nemen of een omzendbrief of een ministerieel besluit uit te vaardigen. Wat de uitvoering van het regeerakkoord betreft, stel ik alleen vast dat de Eerste Minister de kwestie van mensen zonder papieren heeft opgenomen in zijn prioriteitenlijst. De discussies binnen de regering gaan onder zijn leiding voort.
Hoeveel mensen in aanmerking komen voor regularisatie, weet ik niet. Mensen zonder papieren zijn per definitie niet geregistreerd, en kunnen dus moeilijk in statistieken worden opgenomen. Ik wil ook geen benaderende schatting geven omdat die schatting helemaal verkeerd kan zijn.
repliek van Freya Piryns
Mevrouw Turtelboom daagt ons vandaag uit.
Ik wil dan ook absoluut het debat onmiddellijk aangaan. Als alle senatoren bereid zijn om dat dossier nu eindelijk eens inhoudelijk te bespreken, dan zal ik met heel veel plezier aan die bespreking deelnemen.
De minister van Migratie verschuilt zich voortdurend achter het schijnargument dat wie het niet met haar eens is, voor een algemene regularisatie gewonnen is, maar niemand in dit halfrond heeft daarvoor ooit gepleit!
Ik wil het inhoudelijk debat onmiddellijk aangaan, maar ik heb ook een wetsvoorstel ingediend. Ik heb de minister daarop al een aantal keren gewezen, maar ze heeft zich nog niet eens de moeite getroost om dat wetsvoorstel te lezen.
Ik daag ze dus uit om dat wetsvoorstel met ons in de bevoegde Senaatscommissie van a tot z te komen bespreken. Dat wetsvoorstel is overigens amendeerbaar. Ik ga het debat niet uit de weg, de minister doet dat wel!
Ik geef toe dat het regeerakkoord voor mij niet ver genoeg gaat, maar door het uit te voeren zou de minister wel een grote stap vooruit doen.