8 november, 13u, Fedasil

Na de soep en de eerste informatie moeten de nieuwkomers terug naar Fedasil, om te kijken of er een slaapplaats voor hen is. En ik wandel mee. 145 aanmeldingen zijn er vandaag, vertelt een medewerker me. Een massa mensen is het, allemaal geduldig aanschuivend. De medewerkers van Fedasil staan zelf met hun rug tegen de muur. Bijna elke dag moeten ze mensen weigeren en de straat opsturen. De zaal waar ze vroeger asielzoekers opvingen en informatie gaven is gesloten wegens gebrek aan personeel, maar men is bezig om dit te verhelpen. Voorlopig moet iedereen gewoon op straat wachten. Ik mag er niet aan denken hoe koud dit de komende maanden gaat zijn. Ik weet dat ik hier niet emotioneel onder mag worden, maar als ik dezelfde familie met de peuter zie wachten, flitst mijn eigen zoontje door mijn hoofd. In dossiers als deze moeten we als overheid een evenwicht vinden in rationeel blijven, maar tegelijk de menselijkheid niet uit het oog verliezen. Het gaat uiteindelijk wel om mensen, die we van het kastje naar de muur sturen en zonder pardon de straat op sturen.