(Geen) evocatie
Eerst de definitie. “Het recht op evocatie is een mechanisme in het Belgische parlement dat aan de Senaat de mogelijkheid geeft zich uit te spreken over wetsontwerpen en wetsvoorstellen die werden aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Op verzoek van tenminste 15 senatoren kan de Senaat wetsontwerpen en wetsvoorstellen die in de Kamer zijn aangenomen, onderzoeken en eventueel amenderen. De bedoeling van het evocatierecht is de Senaat via een grondig onderzoek van de teksten de gelegenheid te geven de kwaliteit van de wetgeving te verbeteren.”
Tot zover de theorie. Op 26 mei jl. werd de wet op gezinshereniging in de Kamer goedgekeurd. Je kan voor of tegen die wet zijn, je kan het wel of niet eens zijn met bepaalde maatregelen of met de strengere lijnen die er worden uitgezet rond gezinshereniging. Daar wordt dan over gediscussieerd, over gestemd, en de meerderheid wint. Zo gaat dat in een democratie en daar kan ik me perfect bij neerleggen. Maar ik kan me niet neerleggen bij een wet die juridisch gezien niet juist is. Een wet die, als ze voor een rechtbank wordt aangevochten, niet standhoudt.
En dat is het geval met deze wet. De juridische dienst van de Senaat heeft niet minder dan 13 pagina’s vormelijke en inhoudelijke opmerkingen geformuleerd over het wetsvoorstel rond gezinshereniging. Foute vertalingen, hiaten in de tekst, artikels die elkaar tegenspreken, onduidelijkheden. Maar er staan in de wet ook bepalingen die in tegenspraak zijn met het internationaal recht. En die met andere woorden niet zullen standhouden als ze voor de rechter worden aangevochten.
En voor zulke zaken, zou je denken, is het recht op evocatie in het leven geroepen. Zodat de Senaat de gelegenheid krijgt om via grondig onderzoek van de teksten de kwaliteit van de wetgeving te verbeteren (zie definitie hierboven). Niet dus. De senatoren willen niet. Ook al klopt er niets van de wet, ook al zal ze gegarandeerd worden aangevochten, zal de politiek in het ongelijk gesteld worden en zullen we dus uiteindelijk de wet toch moeten aanpassen. Ik las vanmorgen dat de procureurs generaal de voorbije jaren een stilaan indrukwekkende lijst met wetten hebben opgesteld in de rechtbank voor problemen hebben gezorgd. De lijst is sinds kort weer wat langer, door toedoen van net dezelfde politici, die zich nu beloven bezig te houden met de aanpassing van de ‘slechte’ wetten.
De allerlelijkste kant van populisme vind ik dit. De belofte om doortastend en streng op te treden inlossen met een wet waarvan je wéét dat ze niet klopt. Toch doorzetten en voor de camera’s beweren dat je de problemen hiermee eindelijk aan zal pakken terwijl je weet dat je, later, als er hopelijk niemand meer meekijkt, toch zal moeten inbinden. Op deze manier wil ik niet aan politiek doen. Maar blijkbaar staan Groen! en Ecolo hier weeral alleen in.