Het is onwil
In ons land leven 760 minderjarige asielzoekers op straat. Dat heeft PS-staatssecretaris Courard in het parlement toegegeven. Bijna 800 kinderen, dat is het equivalent van twee middelgrote scholen, of 25 volgeladen schoolbussen. De menselijke prijs van het non-beleid is daarmee waanzinnig groot geworden.
Vorige week was er schijnbaar goed nieuws voor deze asielzoekers. De regering heeft een afgevaardigde aangesteld bij Fedasil, een soort verbindingsofficier tussen alle actoren die een jaar de tijd krijgt om meer opvangplaatsen te creëren. Raar maar waar: Fedasil heeft nochtans al niet één maar twee directeurs-generaal waarvan er bovendien eentje niks meer doet. Bob Pleysier, de vorige baas, is niet in meer dienst maar staat wel nog op de loonlijst. De eigenlijke directeur-generaal is nu Isabelle Küntziger maar zij zit al maanden thuis: ze lijdt aan een burn-out, naar het schijnt ten gevolge van de opvangcrisis.
Het probleem ligt dan ook niet bij Fedasil, maar bij een regering die niet naar behoren werkt, en daar zal een afgevaardigde niets aan veranderen. Want als de staatssecretaris geen overheidsgebouwen durft op te eisen, dan zal zijn ambassadeur dat ook niet durven. En als de staatssecretaris de burgemeesters niet kan overtuigen om asielzoekers te spreiden, zie ik niet hoe een zendeling dat wel zou kunnen.
Courard moet zelf zijn verantwoordelijkheid nemen, en dat betekent: snel beslissen en kordaat uitvoeren, samen met zijn vijf bevoegde collega’s binnen de regering. Als er watersnood of brandgevaar is, dan opent de overheid sporthallen en kazernes om haar bevolking te beschermen. Op dezelfde manier moeten Leterme en de zijnen vandaag zorgen voor geld en mensen om de noodzakelijke opvang te organiseren. Plaats genoeg in de vele kazernes en andere lege overheidsgebouwen.
De regering kan dan meteen 1200 asielzoekers opvangen die al maanden overnachten in hotelkamers. Denk hierbij niet aan comfortabele toestanden, want ze slapen er met vijf tot tien in één logie. Slimme uitbaters stoppen zo veel mogelijk asielzoekers bij elkaar. Ze krijgen van Courard immers per maand een kleine duizend euro per persoon. Hoe meer volk per vierkante meter, des te meer centen de hotels incasseren. Ik heb zo’n kamer bezocht in Brussel: een tjokvolle kajuit met acht gezinsleden, slapend op de grond, de jongste van het gezin in de badkuip. De stress en de drukte waren niet te harden.
Dit is een veredelde vorm van huisjesmelkerij, met dat verschil dat de overheid het organiseert en de burger het betaalt. En dat is niet weinig: in totaal bijna acht miljoen euro. Menig hoteleigenaar heeft winstgevend kunnen overwinteren. Want per kamer een maandelijkse omzet tot tienduizend euro incasseren, daar kan zelfs het toeristische hoogseizoen niet tegenop.
Courard heeft bij zijn aantreden vijfduizend extra plaatsen beloofd maar het zijn er slechts 1300 geworden. Op de vraag hoeveel en waar er nog bijkomen kan de staatssecretaris niet antwoorden. Hij zegt dat hij onderhandelt, ook met de gemeenten, en daar te kampen heeft met het nimby-syndroom: burgemeesters die not in my backyard zeggen en de asielzoekers liever niet zien komen. Iedereen moet voor zijn eigen stoep vegen: in de provincies zien ze dit als een Brussels probleem, een federale miskleun waar de premier maar mee moet afrekenen.
Bij Yves Leterme begon het even te dagen in december. Het was barkoud, de eerste minister werd week vanbinnen en hij vroeg de bevolking om onderdak te bieden aan de haveloze asielzoekers. Hulpverleners en vrijwilligers die het hele jaar door het asielleed incasseren fronsten de wenkbrauwen. Zij vroegen al maanden om structurele oplossingen. Ze kregen een door Kerstmis ingegeven erbarmen: zeer vrijblijvend, zeer goedkoop en vooral zeer tijdelijk. Twee maanden later is er niks veranderd. En bovendien is de nationale aandacht voor het probleem ondertussen volledig weggeëbd. De miserie van die mensen is geen nieuws meer, net zoals het disfunctioneren van deze regering niemand nog verbaasd.
Het drama begon in 2007, toen de regering een cruciale fout maakte door wél voor materiële hulp te kiezen, maar niét voor meer opvangplaatsen te zorgen. Vroeger kreeg een asielzoeker een beetje geld om te overleven. De regering besliste toen geen cash meer te geven, maar enkel – zoals dat dan heet – ‘bed, bad, brood en begeleiding.’ Probleem: er zijn niet genoeg bedden, nog minder baden en laat staan voldoende begeleiding.
Wat daarna volgde was een kroniek van non-beleid, ad hoc-maatregelen en struisvogelpolitiek. De OCMW's konden de toevloed van aanvragen niet aan en Fedasil gooide uiteindelijk zelf de handdoek in de ring. De asielzoekers, de zwakste pionnen, werden van het kastje naar de muur gestuurd en stonden uiteindelijk voor een gesloten deur. Geen plaats, dat betekent simpelweg: een voucher voor Hotel Brussel, met een overnachting op straat, zicht op de stad, de regen op je lijf en een ontbijt uit de vuilbak.
PS-minister Arena was destijds waarschijnlijk van goede wil, maar doordat ze zoveel energie stak in het ruziemaken met Open VLD-minister Turtelboom, kwamen er te weinig oplossingen. Daarna zouden premier Van Rompuy en vicepremier Onkelinx de klus klaren. Ze declameerden een aantal ronkende verklaringen en de nieuwe staatssecretaris Courard werd bevoegd voor de opvang van asielzoekers. Sommigen dachten toen dat er schot in de zaak kwam.
De optimisten hebben zich vergist. Courard heeft veel intenties maar hij presteert niet. Als ultiem protest tegen de miserabele toestand richtten NGO’s in Brussel een heus tentenkamp op. Van Rompuy verliet zijn werven voor Europa en dan was er de mediagenieke kerstreflex van Leterme. Het resultaat van dit alles brengt me bij het begin van dit schrijven: 2000 dakloze asielzoekers, waaronder 760 kinderen.
Een mensonterende situatie, die bovendien illegaal en duur is. Sinds november stapten 55 asielzoekers naar de rechtbank omdat de overheid hen geen dak boven het hoofd kon bieden. Die gaf hen gelijk en legde de overheid dwangsommen op van 500 euro per dag per persoon. De rechter veroordeeld daarmee de staat die verzaakt aan haar plichten. Ondertussen tikt het boetegeld af op 205.000 euro.
Dit is de sombere balans van een collectieve, politieke onwil. Met het lot van de asielzoekers valt geen stemmen te winnen, wel integendeel: niemand ziet ze graag komen. De PS, die de bevoegde staatssecretaris levert, weet dat goed. Vorig jaar nog was zij zo solidair met de sans-papiers. Hun regularisatie levert dan meteen ook een batterij nieuwe, dankbare kiezers op. Asielzoekers zijn electoraal minder interessant. Iemand die zijn dossier fatsoenlijk behandeld ziet en als vluchteling erkend wordt, heeft daarmee nog geen stemrecht. Ze zoeken hier slechts een veilige haven, het zijn geen kiezers. En dat laat zich voelen in deze democratie: wie niet kan stemmen die telt niet mee.