de dispatching van Fedasil: de mythe van de financiële steun

Dag 1 van de week waarin ik het traject van een asielzoeker in België volg. De opvangcentra zijn vol, de hotels zitten ondertussen ook overvol, dus nu zijn we zover dat we mensen gewoon de straat opsturen. 1100 extra daklozen al, en natuurlijk zitten de daklozencentra ook - u raadt het al -  helemaal vol.
Aan de dispatching van Fedasil worden de mensen met een kop koffie en een stukje cake ontvangen. Heel vriendelijk, maar dat is natuurlijk niet waar de meesten voor komen. Asielzoekers krijgen er enkele documenten: een brief van de Dienst Vreemdelingenzaken en een brochure "Dakloos? Waarheen..", met daarin adressen van daklozencentra, plekken waar je eten en kleren kan krijgen. Opgesteld in het Nederlands en het Frans. En zonder stadsplan erbij. Stel je eens voor: je komt als asielzoeker aan in een land waar je de taal niet kent en misschien niet eens het alfabet. Voor ons bijvoorbeeld een Arabischsprekend land. Je verstaat de mensen om je heen niet. Je kan de straatnaambordjes niet lezen, laat staan een hele brochure. En toch is dat het enige dat je krijgt om je te redden in een onbekende stad. In Brussel, centrum van Europa, centrum van de Westerse, welvarende wereld. Mijn woorden zijn op om te beschrijven wat voor een godvergeten schande ik dit vind.
Zo kom ik een koppel Kosovaren tegen die me vertellen dat ze hier al sinds 28 oktober elke dag komen aankloppen. Het is nu 16 november, deze mensen leven dus al bijna drie weken op straat. Een ander gezin dat net aankomt heeft een dochtertje van 5 jaar. Maar ook zij vliegen op straat. Geen plaats.
De asielzoekers krijgen nog een derde document, waar in de pers vorige week veel om te doen was. Het is een brief die vertelt dat ze wegens overbezetting niet in een opvangcentrum terechtkunnen, maar wel om financiële steun kunnen vragen bij het OCMW van hun verblijfplaats. Verblijfplaats, hallo? Deze mensen komen net aan, dus hebben helemaal geen verblijfplaats. En dus krijgen ze ook geen financiële steun van een OCMW. Waardoor ze niet de middelen hebben om aan een verblijfplaats te geraken. Is dat die financiële steun voor asielzoekers waar Staatssecretaris Courard het over heeft? Een godvergeten schande is het. Ik weet het, dat heb ik al gezegd. Maar ik blijf het zeggen en als het moet roepen, overal waar ik kom. Totdat er iemand luistert.