monddood

Zo voelt het als je monddood wordt gemaakt.

Als één van de slechts twee groen!-senatoren was het al niet makkelijk om iets te realiseren in de Senaat. Ik en Vera hebben géén stemrecht in commissies, onze resoluties of wetsvoorstellen worden systematisch genegeerd, op onze schriftelijke vragen wordt er meer niét dan wel geantwoord. Het enige wat restte om me binnen de Senaat te laten gelden was mijn wekelijkse mondelinge vraag die ik kon stellen in de plenaire zitting. Eén vraag per week, ik vind dat eerlijk gezegd al bijzonder weinig. Ik heb dan ook nooit een week overgeslagen, want er is zo veel dat ik ter sprake wil brengen, zo veel dat ik wil voorstellen of aanklagen, zo veel waar ik mijn tanden in wil zetten.

En nu wordt dat enige recht dat we hadden nog eens gehalveerd. Jawel, u leest het goed. Vanaf nu mogen Vera en ik nog maar één vraag per twee weken stellen. Dat wil dus zeggen: allebei één keer per maand. Bent u verbaasd als ik vertel dat dit een voorstel was van het Vlaams Belang? Maar het is wél goedgekeurd door een meerderheid van de partijen.

Ik snap dit niet, ik snap dit écht niet. Er bestaat een kiesdrempel in dit land. Wij hebben die gehaald! Ik ben verkozen! Laat me dan verdomme toch mijn werk doen! Wat willen ze nu eigenlijk? Alle ‘ambetanteriken’ – ik geef het toe, daar reken ik mezelf met enige trots toe – zo veel mogelijk de mond snoeren? Dat is niet echt democratisch.

Ik begrijp dit niet, want ik wil dit niet begrijpen en ik word er razend van. Niet moedeloos, pas maar op. Ik vind wel andere manieren om mijn stem te laten horen.